vrijdag 22 februari 2013


Toegangsbewijzen

Bof ik even; altijd maar weer mag ik naar mooie concerten en voorstellingen van de artiesten waarvoor ik werk. Van sommigen bewaar ik mijn toegangskaartje als trofee.
Hier een paar met toelichting:

Sinds een maand ben ik zakelijk leider van Insomnio en inmiddels heb ik ook al twee concerten bijgewoond. Afgelopen zaterdag werden er verschillende composities over vogels gespeeld onder de naam ; “Gods own musicians”. Tijdens mijn studie muziekwetenschap heb ik natuurlijk van alles geleerd over 20e eeuwse muziek. Maar tot nu toe heb ik me vooral bezig gehouden met barokmuziek, dus ik was vooraf erg benieuwd hoe dit me zou bevallen. Het was een prachtig concert, uitverkochte zaal, goeie musici en dirigent, en mooie werken; wat wil een mens nog meer. En artiesten blijven gewoon artiesten dus al met al voelde het heel vertrouwd. Wat heb ik toch een mooi beroep!

En vanmiddag ben ik samen met Soscha naar de voorstelling “Draak in Huis” van Het Houten Huis geweest. Het was weer een heel mooie voorstelling, met weinig tekst, maar zeer veelzeggend, fantasievol en met prachtige muziek van Martin en Radek. Voorstellingen van Het Houten Huis zijn net zo boeiend voor kinderen als voor volwassenen. En dan de kinderen die er komen; dat is al een voorstelling op zich. Vooraf in de Foyer sprak ik Max van 5, die opgetogen was toen ik hem door het raam van de stadsschouwburg de geparkeerde vrachtauto liet zien waar de draak in wordt vervoerd. Zijn fantasie ging aan het werk en hij vertelde zijn vader dat de draak op weg naar het podium -samen met die mevrouw (ik dus)- een kopje thee had gedronken in de foyer. En tijdens de voorstelling hoorde ik de kinderen met elkaar praten.  “Hoe oud  is Tim?; ik denk 12 jaar want hij kan zo goed goochelen ” en “Nee joh, dat is geen danseres maar een uil” en “ik denk dat de draak komt als de vader verdriet heeft”, “ja want zijn moeder is dood”.

Ik heb het kaartje bewaard van mijn eerste concertbezoek na mijn vertrek bij het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir. Het was 22 november 2009 en de musici speelden notabene Purcell’s Ode for the day of Saint Cecilia. Ik had bij mijn vertrek geen afscheid kunnen nemen van het orkest en koor, want de laatste keer dat ik tijdens een concert aanwezig was, had ik nog geen idee dat het mijn laatste concert als zakelijk leider was. Voor mij was deze avond dus een emotioneel moment. Mijn vader ging mee om mij te steunen en natuurlijk ook om van de muziek te genieten.


En dan heb ik een kaartje van het laatste concert in de Bachcantate serie. Dat vond plaats in Leipzig in de Thomaskirche op 29 februari 2004. Ik was niet mee op tournee maar reisde speciaal voor dat concert naar Leipzig samen met Elsa. We hebben wel even een traantje weggepinkt  bij dit slotconcert.

Ook heb ik een kaartje uit Japan bewaard uit 1996 (18 mei). Ik weet niet meer welk programma we speelden; helaas lees ik geen Japans dus kan ik het niet nakijken!









 Last but not least is er mijn toegangsbewijs van het concert van 5 mei 2005 op het slot Meersburg aan de Bodensee (Duitsland en Zwitserland). Het kaartje is erg verkleurd, omdat ik het lange tijd bij me droeg. Bij ons trouwen zat het in mijn jurk verstopt. Nu prijkt het op mijn prikbord. Het Amsterdam Baroque speelden de koffie cantate van J.S. Bach. Dit was het eerste concert waar ik samen met Emile in de zaal zat. We hebben die tournee kennis gemaakt en samengewerkt; ik als tourmanager en hij als transporteur. Die avond gaf Guido ons de kans om in de zaal te zitten. Dankzij Ton moesten we elke nacht na de concerten behalve klavecimbels en andere instrumenten ook nog eens dozen vol cd’s uitladen en tellen. Emile en ik zijn nu getrouwd maar daar aan de Bodensee is het dus allemaal begonnen!

Caecilia

vrijdag 15 februari 2013


Even Schiphol bellen!

Steeds komen er weer nieuwe herinneringen boven. Vaak met het gevoel dat er bij hoort en dat ik eerder in mijn leven heb overgeslagen. Vanmorgen werd ik lachend wakker, omdat Ton me in een droom vroeg “Caecilia; wil je even Schiphol bellen”? Ik zal je uitleggen wat daar zo leuk aan is. Naast mijn alledaagse reiservaringen en de stressvolle herinneringen rond Schiphol, heb ik ook een nog een heel andere relatie met dit vliegveld en dat heeft te maken met onze CD opnames.

Tijdens de Cd opnames in de Waalse kerk was een heel specifieke taak dat Mischa of ik soms voor Ton Schiphol moesten bellen. Afhankelijk van de drukte van het vliegverkeer en de windrichting vlogen er soms vliegtuigen laag over de kerk. Ton wilde dan dat ik de verkeersleider in de toren op Schiphol zou overtuigen om die vliegtuigen om te laten vliegen zolang hij met de opnames bezig was.

Omdat ik niet wilde liegen en ik graag Ton het gevoel gaf dat hij alles onder controle had, belde ik altijd als hij dat vroeg  en dan zei ik dus tegen de medewerkers van Schiphol; “Goedemiddag u spreekt met Caecilia van Stigt, zakelijk leider van Ton Koopman en het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir. Wij hebben CD opnames in de Waalse kerk in het Centrum van Amsterdam en uw vliegtuigen vliegen op dit moment recht over ons heen, wat de opnames onmogelijk maakt. Deze musici komen speciaal vandaag hiervoor naar Nederland vanuit heel Europa.  Als de opname niet lukt door deze verstoring, kost ons dat tenminste € 25.000,- per dag extra om het een andere keer over te doen. Ton Koopman vraagt u daarom of u de vliegtuigen alstublieft wilt laten omvliegen”. Waarop er aan de ander kant van de lijn een vrolijk gelach klonk! Dan ging ik verder met; ”Als dat niet mogelijk is zou ik graag willen weten wat de verwachtingen zijn. Hoe lang maakt u vandaag nog gebruik van deze landingsbaan en wanneer wordt het rustiger ”. Ik kreeg dan meestal te horen dat de topdrukte over een uur voorbij zou zijn en dat na twee uur de wind zou draaien waardoor ze van landingsbaan zouden wisselen en uitwijken naar de Buitenveldertse baan.

 Na dit telefoontje zei ik dan tegen Ton: Hartelijke groet van verkeersleider Pietersen; Hij vindt het erg vervelend dat je last van hem hebt. Hij doet zijn uiterste best om je van dienst te zijn. Door de drukte en de windrichting kan hij niet direct aan je wensen voldoen, maar over een uur is het al stiller en over maximaal twee uur wordt deze baan niet meer gebruikt voor de rest van de dag. Het beste hou je vervroegd pauze en doe je daarna eerst de luid klinkende werken met tutti  orkest en veel trompetten. Over twee uur kun je dan weer aria’s opnemen”.

Ton was dan tevreden en er oprecht van overtuigd dat ze speciaal rekening met hem en zijn Bachcantates hielden, wat hij overigens ook weer heel normaal vond. Niets was toch belangrijker dan Bach?

Caecilia

vrijdag 8 februari 2013


CD opnames

De CD opnames vonden meestal plaats in de Waalse Kerk aan het Walenpleintje aan de Oudezijds Achterburgwal in het centrum van Amsterdam. Het gaf me altijd weer een bijzonder gevoel om een uurtje of drie voor aanvang alleen in die stille kerk van start te gaan, vaak met de ochtendzon door de kerkramen en een vredige stilte. Maar het was stilte voor de storm want het ombouwen en de opstelling maken was altijd een race tegen de tijd en ook een ware sportprestatie met al dat gesjouw.

Alle banken verplaatsten we naar één kant om ruimte te maken voor een podium voor het koor en een houten vloer voor het orkest om de akoestiek te verbeteren. Ik kreeg dan altijd hulp van Nienke; de koster van de Waalse kerk. De opname technicus Adriaan Verstijnen kwam dan altijd met zijn auto vol microfoons, kabels en computers die hij klaarzette terwijl ik flink liep te sjouwen met onze grote instrumenten zoals de orgels, pauken en contrabas. Verder waren er lampen om het orkest van voldoende licht te voorzien, stoelen, lessenaars en bladmuziek. Een uur voor aanvang kwam onze vaste stemmer Eduard Bos en hij stemde de twee kistorgels en soms ook een klavecimbel.

 
Ton wilde altijd iedereen dicht op elkaar rond zijn orgel hebben zodat hij alles goed “in de hand” had, maar Adriaan wilde altijd meer ruimte tussen koor en orkest want anders klonken de trompetten teveel op de koormicrofoon. Ik kon het dus eigenlijk nooit goed doen. Deed ik wat Ton wilde dan kon ik na een half uur opname alles gaan verplaatsen inclusief de podia van het koor. Als ik deed wat Adriaan wilde, dan kon ik direct na aanvang gaan schuiven, om het na een half uur weer terug te moeten zetten. En meestal kreeg ik dan tussendoor op mijn kop omdat ik te veel lawaai maakte.


Tijdens de opnamedagen zat ik, afgewisseld door mijn collega Mischa, in de pastorie te werken. Ik nam mijn kantoorwerk, telefoon en laptop mee. We maakten alles voor de aankomende tournee af en controleerden alle contracten, afspraken met organisaties over de repetities en reserveringen van hotels en vluchten voor de laatste keer. We zaten daar natuurlijk vooral om alle voorkomende problemen op te lossen. Dit varieerde van het bellen van een dokter voor iemand, maandverband kopen, de stemmer uit een café halen omdat zijn telefoon uit stond, bladmuziek kopiëren tot eten halen voor als de opnames uitliepen.

Een enkele keer was de Waalse kerk niet beschikbaar. We maakten meestal ruim een jaar van de voren -soms wel twee jaar- een reservering voor de opnamedagen. Maar soms veranderde onze planning kort van te voren en dan was de kerk al bezet. De koster Nienke deed er dan alles aan om de andere huurder over te halen om ons die dagen in de kerk te geven.

Soms moesten we toch uitwijken naar een andere plek, zoals in Haarlem of ergens in de kop van Noord Holland, maar altijd in een kerk. Eén keer hebben we een klein gedeelte in een concertzaal in Japan opgenomen; slechts één aria. De CD moest klaar en door ziekte van de solist eerder dat jaar miste alleen dat ene stukje nog. Het bleek de enige oplossing om het tijdens die tournee op te nemen. Bovendien was het veel minder kostbaar om Adri naar Japan te vliegen met zijn apparatuur, dan om het heel orkest weer naar Amsterdam te laten reizen. Ik ga niet vertellen om welke aria het gaat want niemand heeft het ooit opgemerkt bij het beluisteren van de Cd!

Caecilia

vrijdag 1 februari 2013

Een heel goede vrijdag!

Al weer bijna drie jaar werk ik, zeer naar tevredenheid, als zelfstandig ondernemer in de culturele sector. Na mijn ontslag eind 2008 was ik enige tijd werkeloos. In 2009 probeerde ik van dit verdriet te bekomen en te bedenken hoe ik nu verder zou gaan. Ik heb mijn werk altijd met veel overtuiging gedaan, maar gek genoeg dacht ik toen opeens dat ik het niet meer kon, dat het niet meer leuk was en dat ik eigenlijk nergens goed in was. Ik solliciteerde wat maar dat was geen succes. Ik eindigde een paar keer als één van de laatste twee kandidaten, maar uiteindelijk werd mijn jongere versie gekozen, en voelde ik me ook nog eens vreselijk oud. Vervolgens dacht ik dat ik misschien beter een heel ander beroep kon gaan uitoefenen, maar wat?
Gelukkig waren er mensen die wel in mij geloofden toen ik dat zelf even niet deed. Er kwamen collega’s langs uit de culturele sector die advies vroegen en de Stichting Matthäus Passion Edam  vroeg me om mijn expertise in te zetten voor hun project. Daardoor realiseerde ik me dat ik mijn oorspronkelijke werk nog steeds heel leuk vond.

Daarover gaat dit stukje dat ik vandaag weer tegenkwam en dat ik schreef op goede vrijdag 2010:

De spits is eraf! Op 29 maart ben ik officieel met mijn eigen onderneming begonnen. Vandaag is er de Mattheus in Edam; de afronding van het project waar ik het hele jaar aan heb gewerkt. Ik heb dit project als vrijwilliger gedaan maar vanaf komend jaar willen ze me dit werk betaald laten doen. Ik heb op dit moment nog geen andere betaalde opdrachten, maar ben heel druk met het werken aan mijn website, het opzetten van mijn administratie, belastingzaken regelen en het maken van een “marketing actieplan”. Als ik artiesten wil helpen zich te focussen en structuur in hun activiteiten aan te brengen dan moet ik wel het goede voorbeeld geven en zelf alles op orde hebben. Woensdag zijn mijn visitekaartjes nog met spoed bezorgd en dat was gelukkig net op tijd om ze vandaag aan het orkest uit te kunnen delen.

Gisteren was voor mij echt een testcase. Vandaag is er ’s middags de generale repetitie en ’s avonds het concert, maar gisteren waren er al de hele dag repetities. Voor het eerst ging ik weer terug naar mijn oude werkomgeving. Het was wel niet het Amsterdam Baroque, maar wel dezelfde omstandigheden met repetities, musici en barokmuziek in een kerk. Sommige van de musici hebben ook regelmatig bij het Amsterdam Baroque gewerkt en hen ken ik goed. Tot nu toe deed ik alleen de communicatie met hen via de e-mail en soms per telefoon. Ik kon het desnoods in mijn pyjama doen, maar nu was het “serious business”!

Nu zou ik voor het eerst een hele dag op locatie werken. Ik reed zeer gespannen naar Edam en onderweg kreeg ik ook al gelijk mijn eerste probleem op te lossen. De oppas van een van de violisten was ziek en ze kon alleen komen als ze de kinderen (0 en 3 jaar) kon meenemen want ze had geen tijd meer om een andere oppas te regelen. Ik zei haar de kinderen maar mee te nemen en dan zou ik ondertussen proberen iets te regelen, en gelukkig vond ik -vanuit de auto bellend- snel een oppas adres voor de kinderen in Edam.  

Het viel me alles mee om in Edam de kerk in te lopen, iedereen te ontmoeten en de start van de repetitie van The Norhtern Consort mee te maken. Het is geen moeilijk werk en ik doe het nog steeds graag; iemand bellen die nog wordt gemist, de laatste muziek uitdelen en de musici toespreken over de gegevens die ik nog van hen moet hebben om hen te kunnen betalen. Terwijl de muziek begon kon ik wat rondlopen, luisteren en de laatste dingen met het bestuur kortsluiten. Al met al deed het me allemaal heel goed.

Aan het eind van de dag reed ik zingend naar huis en genoot van het feit dat ik nu zeker wist dat ik mijn oude werk nog steeds heel leuk vond en dat ik het de moeite waard vond om de strijd aan te gaan met de overige negatieve emoties die er nog aan kleven. Waar ik vooral van geniet is het gevoel dat ik dit werk vanuit mijn eigen bedrijf doe, op mijn eigen manier, naar mijn eigen normen en waarden. Ik ben niet aan één persoon gebonden waar ik helemaal afhankelijk van ben. Ik ben de baas over mijn eigen werk!

Goede vrijdag bleek dus echt en heel goede vrijdag te zijn en ik ben blij met de keuze die ik toen heb gemaakt.

Caecilia

vrijdag 25 januari 2013


Vreemde Valuta

Afgelopen week hebben we eindelijk weer eens bij Tini en Ton gegeten en heerlijk bijgepraat. Er kwamen natuurlijk allerlei herinneringen boven drijven zodat we uiteindelijk om half een ’s nachts van de eettafel opstonden. Zo kwamen we ook op het feit dat ik vaak met grote hoeveelheden geld en cheques had rondgelopen. Tegenwoordig worden buitenlandse concerten vrijwel altijd per banktransfer betaald, maar vroeger ging dat heel anders!

Op mij allereerste tournee in Frankrijk had ik de nadrukkelijke opdracht gekregen om niet thuis te komen voordat ik een cheque had ontvangen van de organisator van het Baroque Festival waar we optraden ergens in de buurt van de Alpen. Er was beloofd om mij die cheque te geven en ervaring had ons geleerd dat als ik die cheque die dag niet zou bemachtigen, de betaling nog jaren op zich zou laten wachten. De hele dag had de beste man smoesjes en mijn Frans was niet zo goed dus ik voelde me verschrikkelijk onhandig. Na het concert zei hij dat hij de cheque op zijn bureau had laten liggen. Ik heb hem toen gedwongen om naar zijn kantoor 10 km verderop te rijden en wij volgden met de bus met mopperende musici. Hij blies hoog van de toren en maakte me belachelijk maar gaf me uiteindelijk een cheque. Die cheque lag helemaal niet klaar: hij moest hem nog uitschrijven. Het was een hele vertoning, en pas nu realiseer ik me dat hij voor gek stond en niet ik.

Het was de tijd van de betaling per cheque, soms werden we ook contant betaald, maar eigenlijk nooit per bank. Alleen de Nederlandse concerten werden per bank betaald. Tijdens de tour liep ik dus met heel wat rond. Als het veel werd dan verdeelden Ton en ik de buit om het risico te spreiden. We hadden inmiddels wel van collega’s gehoord die waren overvallen, en zo de tourinkomsten kwijt waren en een trauma rijker. Na afloop van de tour fietste ik naar de bank en overhandigden daar het geld en de cheques, waarop ik allerlei formulieren moest invullen. Met een beetje geluk stond het geld dan twee weken later op onze rekening. Sommige van die cheques waren niet gedekt en dan duurde het nog veel langer; tot de eigenaar weer geld op zijn rekening had staan.

We klagen tegenwoordig heel wat af over de Euro, maar ik was erg blij met de komst van de Euro want voor ons was het een enorme werkbesparing. Bij aanvang van de tournee gaven wij de musici namelijk altijd “sejours”. Dat is contant geld om onderweg in het buitenland eten van te kopen en de buitenlandse musici kregen het ook voor de dagen dat ze in Nederland waren om er te repeteren en concerten te geven. Er waren vaste tarieven voor koffie, lunch en diner. De tournees duurden gemiddeld twee weken. Soms gingen we twee a drie weken naar Japan, de USA of Australië, maar meestal reisden we door Europa, en vaak iedere dag weer naar een ander land. Het was dus heel gewoon dat we op een tournee zo’n acht verschillende valuta nodig hadden. 

We rekenden van te voren tegen de dagkoers uit wat de musici moesten krijgen in guldens, ponden, lires, francs, marken etc. Ik bestelde dat dan twee weken van te voren in de juiste coupures bij de bank. Dat laatste was heel belangrijk want we moesten iedereen gepast betalen in alle verschillende valuta! Na die twee weken haalde ik de bestelling bij de bank op. Het totaalbedrag was bijvoorbeeld 40.000 gulden waard en de bankemployé telde dan al die verschillende briefjes nog eens voor me uit in een afgesloten kamer en ik moest goed meetellen en bevestigen dat het klopte. Na al die geheimzinnigheid stapte ik vervolgens met een paar kilo geld in een simpel plastic tasje op de fiets. Ik deed dat expres want geen dief zou toch vermoeden dat ik 40.000 gulden in een plastic tasje zou stoppen?

Op kantoor verdeelden Trix en ik alles over de enveloppen met de namen er op en betaaloverzichten erbij. Trix ging overigens ook vaak naar de bank voor de "plastictassen actie", vooral in de begintijd toen ik nog geen tourmanager was maar in de bibliotheek werkte en zij met Hans alles uittelde. Als we bij het verdelen niet uit kwamen dan moesten we alles weer opnieuw tellen tot het klopte. Tenslotte ging ik dan de volgende dag met al die enveloppen op de trein naar Utrecht of Amsterdam waar de repetities plaatsvonden, en daar deelde ik al dat geld uit.

Ik heb dus heel wat met grote bedragen geld rond gelopen maar het heeft me nooit zenuwachtig gemaakt. Wel moest ik als een soort broedse kip over mijn plastictassen en handtas waken. Dat is in die 24,5 jaar 1 keer fout gegaan en toen is er 500 gulden van me gestolen; peanuts als je bedenkt waar ik mee heb rond gelopen. Bovendien heb ik daar geen persoonlijk letsel bij opgelopen. Ik beschik blijkbaar over een geweldige beschermengel!

Caecilia

zaterdag 19 januari 2013


Japan II


De steden mogen dan mooi van lelijkheid zijn, de natuur en de oude tempels zijn overweldigend mooi. Tijdens onze reizen konden we dat goed bekijken. Soms vlogen we met een binnenlandse vlucht en zagen we het vanuit de lucht maar vaker reisden we per trein en bus en hadden we goed uitzicht. Ik heb er bergen, zee, bossen rotskusten en uitgestrekte rijstvelden gezien. In de steden is alles hutje mutje op elkaar gepakt maar buiten de stad is het wijds en rustig. Ik herinner me een keer dat we wilden pauzeren tijdens een busrit naar Nagano, maar dat we niet uit de bus mochten i.v.m. het gevaar door beren aangevallen te worden!

Tijdens mijn schaarse vrije uurtjes bezocht ik de tempels en hier voelde ik nog sterker die fijne Japanse vibraties! Elk stukje hout en steen was er doordrenkt van gewijde aandacht en respect voor het leven zelf. De mooiste tempel die ik heb gezien, was de boeddhistische tempel Kiyomizu-dera. Deze is genoemd naar de heldere bron die de monnik Enchin hier in de berg vond toen hij in 778 na christus, geleid door een visioen, op zoek ging naar een bron van puur water. Het is eigenlijk een tegen de heuvel gebouwd dorp van allemaal kleine tempels en één hele grote met een aantal verdiepingen.  Het ligt aan de rand van Kyoto tussen de bomen waar het bos begint. Er staan naaldbomen en loofbomen met prachtig rode bladeren en in de lente wordt de tempel door kersenbloesem omringd. Rond de tempels liggen ook een aantal prachtige Japanse tuinen. Aan de bosrand staat een hele groep Boeddhabeelden en die hebben allemaal een soort gekleurd schortje voor. Soms denk ik dat ik in mijn vorige leven in een klooster of tempel heb gewoond. Ook hier overviel mij weer dit gevoel en ik voelde me direct zo thuis dat ik wel zou willen blijven.

Op tournee in 1996 en in 1998 (beide keren in mei) deden we ook Yamada Machi aan; een havenstadje aan de noordoostkust, waar de bevolking voornamelijk van de visserij leeft. In Yamada Machi is ooit 400 jaar geleden een schip uit Nederland geland. En in de eeuwen daarna waren de Nederlanders de enigen die binnen de grenzen van Japan mochten komen. Er was zelfs een Nederlandse universiteit op het zuidelijk eiland van Japan waar men alles over der rest van de wereld kon leren; in het Nederlands.



In de concertzaal van Yamada Machi stond ook een 1.5 meter lange replica van dat Nederlandse schip. De inwoners van de stad verwelkomde ons als hun beste  vrienden en er was een receptie georganiseerd. In 1996 kregen we allemaal een toilettas en een tafelloper die gemaakt waren van oude vissersvlaggen. De toilettas heeft me sindsdien op alle reizen begeleid en hij is niet kapot te krijgen. Er was een meterslang buffet met heerlijk Japans eten en het plaatselijke vrouwenkoor zong het Halleluja van Haendel gedirigeerd door Ton. Daarna moest Ton een groot vat sake aanslaan (openhakken met een bijl) samen met de Burgemeester van Zeist. Zeist en Yamada hebben een warme band en een uitwisselingsprogramma voor scholieren.



‘s Avonds werden we naar een echt Japans Hotel gebracht waar we alleen op onze pantoffels mochten lopen vanwege de Tatami (rieten matten als vloer). Er was natuurlijk geen stoel in mijn kamer, maar wel een laag tafeltje met Japanse thee en koekjes. Toen ik naar bed wilde kwam er een dame en ze haalde mijn matras en dekens uit een kast en maakte mijn bed op.  Mijn kamer had uitzicht op de baai waar, in een soort drijvende kisten, oesters werden gekweekt.  De meeste hotels onderweg waren Europese stijl, en je kon er ook een Europees ontbijt krijgen zoals wit brood met een gebakken ei of jam. In dit Hotel was er alleen Japans ontbijt; vissoep en een soort Japanse nasi en gerechten met zeewier. Warm en pittig eten dus al vroeg in de ochtend! En een lekker kopje groene thee erbij.






De volgende dagen deden we twee concerten in Yamada Machi. Ik heb nog een foto waar een hele lange rij voor de deur van de zaal stond, want iedereen uit het stadje kwam luisteren en ons begroeten. Ik heb later die dag ook nog wat keukenspulletjes gekocht in een winkel. Ik durfde niet te veel te nemen want de eigenaresse wilde me niet laten betalen omdat we vrienden waren! En op straat werd ik zomaar omhelsd door een vrouw en ze had een heel verhaal tegen me wat ik niet verstond, maar ik begreep wel dat ze blij was me te zien. Bij ons vertrek drie dagen later stond het personeel van het hotel ons uit  te wuiven met blauwe zakdoeken en dikke tranen. Wij voelde ons allemaal herboren door deze behandeling. Dat laatste beeld met die wuivende zakdoeken zie ik sinds de Tsunami steeds voor me. Zucht….        

Caecilia


vrijdag 11 januari 2013



Japan I

Het is al weer bijna twee jaar geleden dat een Tsunami Japan bereikte. Het ergst getroffen was de stad Sendai en het niet zo ver naar het noorden liggende Yamada-Machi waar we ooit zo gastvrij werden ontvangen. Ik voel me treurig en ik ben sindsdien bezorgd omdat ik niet weet hoe het met die lieve mensen daar gaat. Laatst zag ik weer de beelden op TV van  de modderstromen die het land overmeesterden en alles meesleurden, en vissersboten die ver landinwaarts werden gestuwd. Ik zag mensen die hun familie zochten tussen de puinhopen en dan toch nog zo keurig vriendelijk en gastvrij bleven naar de journalisten. Een man zocht in het puin naar zijn zoon, maar wees de journalist er ondertussen op dat hij daar beter niet z’n auto kon parkeren omdat hij dan door het puin een lekke band zou kunnen krijgen. Ze raakten aan de praat en ik hoor de man zeggen dat z’n zoon waarschijnlijk is omgekomen en dat hij het een eer vindt dat hij z’n vader heeft mogen zijn. Dat is de Japanner ten voeten uit.

Ik ben een aantal keren in Japan geweest en het land heeft op mij een diepe indruk gemaakt. Op het eerste oog ziet het er westers uit, maar in werkelijkheid is Japan zo anders! Je voelt het meteen als je uit het vliegtuig stapt. Er is echt een andere atmosfeer, er zijn ander normen en waarden, er is veel meer vriendelijkheid en respect, minder vrijheid, en veel zorg voor elkaar en de omgeving. Het land en de mensen zijn doordrenkt van beleefdheid, bescheidenheid, dankbaarheid en rituelen.

En als je even voorbij die eerste westerse indruk kijkt, ziet het er ook heel anders uit. Zo heb ik nog nooit een plek gezien waar zo lelijk wordt gebouwd! De huizen en kantoren zijn praktisch, doelmatig maar bijna nooit mooi. En omdat het aardbevingsgebied is en de grond van graniet, zijn alle leidingen en bedradingen bovengronds, aan palen en op pilaren. Ook wegen door de stad worden vaak in twee verdiepingen boven elkaar gebouwd. De gemiddelde Japanse stad is mooi van lelijkheid en Japanners zijn meesters in het benutten van ruimte.

Het is niet mijn bedoeling om een uitgebreide beschrijving te geven van mijn reizen in Japan met het orkest en koor. Ik voel alleen de behoefte om een paar dingen te vertellen over het wezen van Japan en ik wil proberen uit te leggen waarom het zo’n diepe indruk op me heeft gemaakt; als een monument voor de Japanners die ze zoveel tegenslag hebben gehad. Ik heb me er vooral heel erg veilig en thuis gevoeld, wat ik niet goed kan verklaren, al is het een compliment voor mijn gastheren en gastvrouwen daar.

Het is mijn ervaring dat mensen die er geweest zijn niet gemiddeld over Japan spreken; of ze vinden het geweldig, of ze vinden het er verschrikkelijk. Deze diepe afkeer ervan is om uiteenlopende redenen; met vindt het land of de steden lelijk, het eten vies, er is geen volkorenbrood te krijgen, Japanners stinken, zijn vaak dronken en ze giechelen stom, de koffie is duur (15 gulden per kopje in 1993), en ga zo maar door.

In werkelijkheid heeft de aversie volgens mij vooral met communicatie te maken. De mensen waar ik direct mee moest werken spraken Engels, d.w.z. “Japans-Engels”. Het duurt elke keer weer twee dagen voor je hun uitspraak begrijpt. Maar Japanners denken zo anders dan wij, dat zelfs als ze Engels leren, of desnoods Nederlands of Duits, we elkaar nog steeds niet goed begrijpen. Het is dus heel belangrijk om dat zo snel mogelijk onder ogen te zien, en hun vriendelijkheid en respect over te nemen, en hun zorg en hun werkmethodes. En vervolgens moet je weten dat ze dus geen NEE kunnen zeggen, en dat het niet betekent dat alles JA is, en zeker niet dat je daar misbruik van moet maken. Ze hebben namelijk zo hun eigen manier om daar mee om te gaan. Mensen die niet van Japan houden verwachten dat Japanners net zo denken als wij omdat ze dat de enige juiste manier vinden, maar als je je open opstelt gaat er een wereld voor je open.

Samenwerken met Japanners is heel bijzonder. Ze werken heel precies en hebben voor alles een protocol. Ze werken ook veel uren en klagen daar niet over. Maar ze doen het wel in een rustig tempo. Als ik meer werk heb dan normaal versnel ik zodat het misschien toch nog lukt binnen mijn 8-urige werkdag. Japanners doen dat niet maar blijven gewoon een paar uur langer op kantoor. Al die precisie en die rust hebben ook een nadeel; ze kunnen niet improviseren, een uitzondering daar gelaten. Als er tijdens een tournee iets onverwachts gebeurde, waarvoor ze geen protocol hadden, dan kwamen ze trillend en bevend naar mij toe en riepen “ O hemel, Caecilia San, wat moeten we doen” en raakte volkomen geblokkeerd tot ik met wat ideeën kwam.

In de jaren dat ik door Japan reisde was er ook nog geen werkeloosheid. Er werd gewoon voor iedereen een taak bedacht. Zo liepen er overal ordebewaarders rond; op iedere gang van een hotel en dan dag en nacht. De buschauffeur had altijd een dame bij zich als assistent en die keek met hem mee en had een stok met een vlaggetje om ons de weg te wijzen bij het in en uitstappen. Op straat en in gebouwen was het zo veilig dat je rustig ergens je handtas en laptop kon laten staan en dan stond hij er een paar uur later nog. Ongelofelijk toch?

Ik nam altijd gietijzeren theepotten kopjes en schalen mee om thuis te gebruiken. Voor de kinderen kocht ik Japanse kleding en boeken als herinnering.  Zo kocht ik een boek van Max Veldhuis over “eend” en zei dan dat ik in’t Japans kon voorlezen.


Dat de hun schrift uit zulke ingewikkelde tekens bestaat, is wel onhandig op bijvoorbeeld een station. En de straten hebben ook geen namen; ze nummeren de huizenblokken maar niet de straten zelf. Als ik de deur uit ging nam ik altijd een briefje mee met daarop het adres van mijn hotel en de concertzaal in Japanse tekens. Je kunt er behoorlijk verdwalen en zo kon ik de weg vragen!  De Japanse taal  klinkt heel hartstochtelijk al heb ik er nooit iets van begrepen en kon ik niet meer dan vier woorden onthouden.



Er is niets heerlijkers dan tijdens een drukke tournee alleen uit eten gaan in een restaurant vol Japanners. Het is echt ontspannend dat je er niets van verstaat en je je even helemaal op jezelf en je eten kunt concentreren zonder afgeleid te worden. Een menukaart lezen gaat natuurlijk niet, maar dat wordt opgelost door een plastic versie van alle gerechten in de vitrine. Je kunt dan aanwijzen wat je wilt eten. Al blijft het spannend, want ook de plastic versie maakt niet altijd duidelijk wat je eet. Het Japanse eten is erg gezond met veel groente en vis en bijna geen vet. Soms at ik voor twee euro in een noedelbar een grote kom noedels met kip en groente, naast slurpende oude mannetjes. En soms at ik heel sjiek en onbetaalbaar (op uitnodiging),  en er werd dan door de chef voor mijn neus gekookt. Het moeilijkste moment was een zakendiner met alleen maar Japanse mannen en Ton. Als voorgerecht kregen we rauwe inktvis tentakels en het smaakte erg taai en bitter, eigenlijk net als gal, dus het was wel even slikken…..

Het land zelf is smal en lang en eigenlijk een eilanden groep, maar zo lang als van zuid Italië tot aan midden Noorwegen en het klimaatverschil is dus ook zo groot. Ik ben op het zuidelijkste puntje geweest en ook op het noordelijkste eiland. Overal kun je heerlijke Sushi krijgen in vele soorten en maten. In het zuiden aten we meer gefrituurde en gegrilde gerechten. De grootste verrassing op voedsel gebied kreeg ik in het noorden. De directeur van de concertzaal “Kitara” uit Sapporo nam ons mee uit eten voor een speciaal streekgerecht. Het bleek runderstoofvlees met stamppot van aardappels en kool; een echte Hollandse maaltijd! 

Caecilia

(Volgende week deel II)